"Soms is even stilstaan net het beste wat je in de aanbieding hebt"

Voor ons magazine de Vrije Beroeper mochten we op de koffie bij stafhouder Frank Judo.  
Hem introduceren, is geen sinecure. Hoewel hij ondertussen in de Rupelstreek woont, is hij toch een echte Brusselaar. Hij werd in 1971 in Anderlecht geboren, liep school in het Sint-Jan Berchmanscollege en is ook al een kwarteeuw advocaat in een kantoor dat uitkijkt op de Kunstberg in hartje Brussel. Momenteel is Frank ook stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie van Brussel. 
Maar deze inleiding beperken tot zijn advocatenparcours, zou hem oneer aandoen. Hij was meer dan vijftien jaar voorzitter van de Vlaamse Juristenvereniging, engageert zich maatschappelijk in tal van culturele verenigingen, schrijft graag en heeft een boon voor geschiedenis. Frank is ook historicus van opleiding en lijkt zich de laatste tijd ook weer wat meer in de geschiedenis te duiken. 
 
We nodigden Frank uit voor een babbel over deontologie van vrije beroepers. Frank is al een hele poos lid van de commissie deontologie van de Orde van Vlaamse balies, is momenteel stafhouder van de Brusselse advocaten, en daar bovenop zal Frank binnenkort op de Dag van de Deontologie van Juriwise een sessie voor zijn rekening nemen. Altijd goede redenen om met Frank in gesprek te gaan, maar nu was dat dus zéker zo

De tendens tot voorzichtigheid, die vaak uit beroepsorganisaties komt bovendrijven, draagt bij tot het succes ervan.

Frank Judo

Frank, ik ken jou natuurlijk vooral als jurist en advocaat, maar in mijn voorbereiding ontdekte ik dat je in 2022 een boek "Het bewaren waard" schreef waarin je misverstanden over conservatisme de wereld wil uithelpen. Waarom wou je dit boek schrijven? 
Eigenlijk vooral omdat mijn goede vriend Karl Drabbe van Uitgeverij Ertsberg al jaren aan mijn mouw trok om dat toch eens te doen (lacht). Tijdens de lockdown enkele jaren terug, had ik geen excuus meer en vond ik ook de tijd om effectief achter het klavier te duiken. Ik schreef het omdat ik mij soms onredelijk dik kan maken in onzorgvuldig taalgebruik. En “conservatief’ of “conservatisme” zijn termen die zich heel erg lenen tot zo’n slordig taalgebruik. Een beetje tot mijn eigen verbazing is het boek goed onthaald omdat het misschien kan bijdragen tot een zekere verbale hygiëne en het debat erover ook voedt.  
 
En waarom dan specifiek over conservatisme, nu er nog heel wat begrippen zijn die zich tot onzorgvuldig taalgebruik lenen?  
Het is een thema dat me wel al langer bezighoudt, ook met mijn achtergrond als historicus en als kind van de jaren 70 waarin de ideologische spanningen soms te snijden waren. 
 
Hangt aan “conservatief” niet meestal een negatieve connotatie?  
Jazeker. Ik begin mijn lezingen over het boek vaak met een citaat van Wiel Nolens, een Nederlands priester-politicus, die in het begin van de twintigste eeuw zei dat de gemiddelde Nederlander liever voor brandstichter dan voor conservatief wordt uitgemaakt. En daar is vandaag nog altijd wel iets van aan. Maar het grappige is dat bij zo’n lezingen mensen me achteraf soms aanspreken om te vertellen dat ze misschien wel conservatiever zijn dan ze vooraf dachten.  
Nu, het is ook gemakkelijker om je te herkennen in een niet-karikaturaal beeld van conservatief denken dan in een karikatuur. Ik denk dat mijn verhaal ook het progressieve denken in zijn recht laat. Een verstandig progressief denkt ook niet dat elke verandering meteen vooruitgang is.  

Wat je nu zegt, sluit aan bij jouw bedenkingen bij de stelling “stilstand is achteruitgang.”  
Heel vaak zegt men: je kan toch niet tegen verandering zijn? Maar men gaat er dan van uit dat je iets bijzonder moet doen om verandering te bekomen. Maar dat is niet zo. Verandering is in de meeste gevallen een heel natuurlijk proces. Kijk maar naar onze haardos, bijvoorbeeld (lacht).  
Het miraculeuze is net om die verandering tegen te houden, te vertragen of te sturen. Dat besef heeft mij heel hard geholpen om het relatieve van het veranderingsdiscours te zien. Soms is stilstaan net het beste wat je in de aanbieding hebt. Als je aan een zebrapad staat, met rood licht en veel verkeer, dan is stilstaan beter dan vooruitgaan, of is achteruitgaan mogelijk zelfs nog wat beter.  
 
Een conservatief zegt niet dat je verandering moet tegenhouden, maar ermee moet omgaan. Een conservatief is dus niet tégen verandering, maar is liever voorzichtig. Die voorzichtigheid gaat terug op een zeker wantrouwen tegenover de sympathieke knoeier die de mens is en op de kennis die we in het verleden opbouwden. Exclusief en enigszins gebiologeerd naar de toekomst kijken, wat men vaak met progressief denken verbindt, kan tot utopisch denken leiden dat niet falsifieerbaar en dus ook niet controleerbaar is.  
Daardoor zit een conservatieve mindset vaak in de verdediging, maar paradoxaal genoeg is dat ook haar sterkte, want de informatie van het verleden die ze voedt, is wél voor controle vatbaar, in tegenstelling tot de onaantastbare, maar ook ontoetsbare, utopie. 
 
Vind je jezelf ook conservatief? 
Als je de wereld in twee helften deelt, dan zal dat wel. Daar heb ik geen moeite mee. Ik deel in het boek ook wat eigen ervaringen daarrond

Vrije beroepers, maar zeker ook hun beroepsorganisaties, worden klassiek vaak als conservatief bestempeld. Is dat terecht volgens jou?  
Dat is een pertinente vraag waar ik best ook mee worstel.  
Ik denk dat er, zeker wat de juridische vrije beroepers betreft, inderdaad een geut conservatisme in de hele juristerij zit. Echter, juristen, of breder zelfs vrije beroepers, in globo over de conservatieve kam scheren, lijkt mij veel te kort door de bocht.  
 
Beroepsorganisaties hebben zeker talent voor voorzichtigheid, dat wel. Maar we mogen niet vergeten dat die beroepsorganisaties van vrije beroepers ook al grote bijdragen leverden in de transformatie van ons land en de evolutie naar een meer gereguleerde economie. We moeten de verdiensten van die organisaties daarin ook kunnen erkennen. Soms, en zelfs vaker dan soms, leidt voorzichtigheid tot vernieuwing, die ook de ambitie heeft stabiel te zijn. 
Ik geloof dat de tendens tot voorzichtigheid, die vaak uit deze organisaties komt bovendrijven, net bijdraagt tot het succes ervan. 
 
Je spreekt eerder over voorzichtigheid dan over behoudsgezind.  
Inderdaad. Bij mijn weten zijn er maar weinig beroepsorganisaties die zich focussen op het louter behoud van de situatie van hun beroepsgroep. Soms verzetten ze zich wel tegen punctuele zaken, maar net zo frequent beschikken ze over een actieve agenda met vragen om zaken aan te passen of te veranderen. Beroepsorganisaties zijn vaak de drijvende kracht achter grote projecten die voor cliënten of patiënten het verschil maken. Denk bijvoorbeeld aan de advocatuur of het notariaat die wezenlijke bijdragen leverden bij het digitaliseringsparcours van justitie en overheid. 
 

(...)

Lees het volledig interview verder in onze nieuwste Vrije Beroeper