Frank, ik ken jou natuurlijk vooral als jurist en advocaat, maar in mijn voorbereiding ontdekte ik dat je in 2022 een boek "Het bewaren waard" schreef waarin je misverstanden over conservatisme de wereld wil uithelpen. Waarom wou je dit boek schrijven?
Eigenlijk vooral omdat mijn goede vriend Karl Drabbe van Uitgeverij Ertsberg al jaren aan mijn mouw trok om dat toch eens te doen (lacht). Tijdens de lockdown enkele jaren terug, had ik geen excuus meer en vond ik ook de tijd om effectief achter het klavier te duiken. Ik schreef het omdat ik mij soms onredelijk dik kan maken in onzorgvuldig taalgebruik. En “conservatief’ of “conservatisme” zijn termen die zich heel erg lenen tot zo’n slordig taalgebruik. Een beetje tot mijn eigen verbazing is het boek goed onthaald omdat het misschien kan bijdragen tot een zekere verbale hygiëne en het debat erover ook voedt.
En waarom dan specifiek over conservatisme, nu er nog heel wat begrippen zijn die zich tot onzorgvuldig taalgebruik lenen?
Het is een thema dat me wel al langer bezighoudt, ook met mijn achtergrond als historicus en als kind van de jaren 70 waarin de ideologische spanningen soms te snijden waren.
Hangt aan “conservatief” niet meestal een negatieve connotatie?
Jazeker. Ik begin mijn lezingen over het boek vaak met een citaat van Wiel Nolens, een Nederlands priester-politicus, die in het begin van de twintigste eeuw zei dat de gemiddelde Nederlander liever voor brandstichter dan voor conservatief wordt uitgemaakt. En daar is vandaag nog altijd wel iets van aan. Maar het grappige is dat bij zo’n lezingen mensen me achteraf soms aanspreken om te vertellen dat ze misschien wel conservatiever zijn dan ze vooraf dachten.
Nu, het is ook gemakkelijker om je te herkennen in een niet-karikaturaal beeld van conservatief denken dan in een karikatuur. Ik denk dat mijn verhaal ook het progressieve denken in zijn recht laat. Een verstandig progressief denkt ook niet dat elke verandering meteen vooruitgang is.
Wat je nu zegt, sluit aan bij jouw bedenkingen bij de stelling “stilstand is achteruitgang.”
Heel vaak zegt men: je kan toch niet tegen verandering zijn? Maar men gaat er dan van uit dat je iets bijzonder moet doen om verandering te bekomen. Maar dat is niet zo. Verandering is in de meeste gevallen een heel natuurlijk proces. Kijk maar naar onze haardos, bijvoorbeeld (lacht).
Het miraculeuze is net om die verandering tegen te houden, te vertragen of te sturen. Dat besef heeft mij heel hard geholpen om het relatieve van het veranderingsdiscours te zien. Soms is stilstaan net het beste wat je in de aanbieding hebt. Als je aan een zebrapad staat, met rood licht en veel verkeer, dan is stilstaan beter dan vooruitgaan, of is achteruitgaan mogelijk zelfs nog wat beter.
Een conservatief zegt niet dat je verandering moet tegenhouden, maar ermee moet omgaan. Een conservatief is dus niet tégen verandering, maar is liever voorzichtig. Die voorzichtigheid gaat terug op een zeker wantrouwen tegenover de sympathieke knoeier die de mens is en op de kennis die we in het verleden opbouwden. Exclusief en enigszins gebiologeerd naar de toekomst kijken, wat men vaak met progressief denken verbindt, kan tot utopisch denken leiden dat niet falsifieerbaar en dus ook niet controleerbaar is.
Daardoor zit een conservatieve mindset vaak in de verdediging, maar paradoxaal genoeg is dat ook haar sterkte, want de informatie van het verleden die ze voedt, is wél voor controle vatbaar, in tegenstelling tot de onaantastbare, maar ook ontoetsbare, utopie.
Vind je jezelf ook conservatief?
Als je de wereld in twee helften deelt, dan zal dat wel. Daar heb ik geen moeite mee. Ik deel in het boek ook wat eigen ervaringen daarrond