Wat zit er in het akkoord vervat?
1. Indexering van de lonen
Het bestaande suppletieve indexeringsmechanisme wordt verlengd. Voor werknemers in ondernemingen zonder eigen loonindexeringsmechanisme en met een loon boven het sectorale minimum, worden de lonen op 1 januari 2026 en 1 januari 2027 geïndexeerd in functie van de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex.
Deze indexering wordt enkel toegepast op het deel van het loon tot maximaal 3.500 euro bruto per maand bij een voltijdse tewerkstelling. Het gedeelte van het loon boven dit bedrag komt niet in aanmerking voor indexering.
2. Sectoraal minimum maandloon
Het sectoraal minimum maandloon bedraagt op 1 januari 2026 2.131,78 euro. Dit sectoraal minimum maandloon zal in april 2026 worden verhoogd met een nominaal bedrag dat gelijk is aan de op dat moment voorziene stijging van het GGMMI. De exacte verhoging is nog niet bekend, maar wordt voorlopig geschat op ongeveer 35 euro.
Vanaf 1 januari 2026 wordt ook een minimum instaploon ingevoerd voor vrije beroepsbeoefenaars die in loondienst starten. Dit instaploon bedraagt 103% van het sectoraal minimum maandloon.
Met ingang van 1 januari 2026 worden de bestaande barema’s voor werknemers verbonden met een overeenkomst voor de tewerkstelling van studenten of die zijn ingeschreven in een stelsel van alternerende opleiding afgeschaft en vervangen door één uniform minimum maandloon, vastgesteld op 95% van het sectoraal minimum maandloon.
3. Tijdskrediet en landingsbanen
Het stelsel van tijdskrediet met motief wordt behouden en verlengd. Afhankelijk van de anciënniteit kunnen werknemers gedurende 24, 36 of 51 maanden voltijds of halftijds tijdskrediet opnemen. Ook de bestaande regeling waarbij voor bepaalde functies de goedkeuring van de werkgever vereist blijft, wordt verlengd.
Daarnaast worden de landingsbanen vanaf 55 jaar (1/5de en halftijds) verdergezet volgens de geldende nationale cao’s.
4. Klein verlet (rouwverlof)
Op sectoraal niveau wordt het rouwverlof uitgebreid met twee bijkomende dagen vanaf 1 januari 2026. Deze uitbreiding geldt bij het overlijden van de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de werknemer, of van een kind van de werknemer of van zijn partner.
Ook bij het overlijden van de vader of moeder van de werknemer of van zijn partner worden twee extra dagen toegekend. De extra dagen komen bovenop de bestaande wettelijke regeling en worden steeds met behoud van loon toegekend.
5. Mobiliteit
Het akkoord bevat ook nieuwe afspraken rond woon-werkverkeer. De fietsvergoeding wordt vanaf 1 oktober 2026 verhoogd tot 0,32 euro per effectief afgelegde kilometer, met een maximum van 12,80 euro per arbeidsdag.
Daarnaast stijgt de werkgeversbijdrage in het treinabonnement tot 80% vanaf 1 januari 2026. Werkgevers worden bovendien aangemoedigd om een derdebetalersregeling met de NMBS af te sluiten, zodat treinverkeer voor werknemers kosteloos kan verlopen.