Een succesverhaal dat verkeerd gelezen wordt
Over vennootschappen zal de komende periode veel gesproken worden. Wie deze cijfers bekijkt, ziet een succesverhaal. Maar het risico bestaat dat dit succes verkeerd wordt gelezen. In tijden van begrotingsopmaak is het wachten tot er een nieuw politiek ballonnetje wordt opgelaten. Vrije beroepers met een vennootschap dreigen al snel in het vizier te komen van beleidsmakers die op zoek zijn naar snelle budgettaire oplossingen.
We zien het nu al aankomen. Aanpassingen aan VVPR-bis. De liquidatiereserve die opnieuw ter discussie wordt gesteld. In het publieke debat worden vennootschappen bovendien steeds vaker herleid tot zogenaamde "managementvennootschappen", alsof elke vennootschap in de eerste plaats een fiscaal optimalisatie-instrument zou zijn. Het zijn geen nieuwe ideeën, maar wel telkens dezelfde logica: succes wordt verdacht gemaakt en vervolgens gecorrigeerd. Alsof kiezen voor een vennootschap een probleem zou zijn.
Zo’n begrotingsmaatregelen treffen niet de grote multinationals of kapitaalkrachtige structuren. Dit treft de doorsnee vrije beroeper. De zelfstandige die via een vennootschap risico’s beperkt, financiële stabiliteit zoekt en buffers opbouwt. Ondernemingskeuzes worden gemaakt voor een volledige loopbaan, niet voor één begrotingsjaar. Rechtszekerheid is daarbij essentieel. Vaak gaat het om sommen waarop al belastingen zijn betaald. Voor veel zelfstandigen is de liquidatiebonus nog steeds een belangrijke financiële buffer richting het einde van hun loopbaan. Vanuit de Federatie Vrije Beroepen (FVB) zullen we hierop blijven reageren. Ook tegen de meerwaardebelasting trouwens, die een doorn in het oog blijft.
Europese paradox
Maar terwijl in België politieke partijen de “vervennootschappelijking” proberen af te remmen, gebeurt op Europees niveau het tegenovergestelde. De Europese Commissie werkt aan een 28ste vennootschapsregime (EU Inc). Het doel? Ondernemingen makkelijker laten groeien over de grenzen heen, administratieve drempels verlagen en het gebruik van vennootschappen stimuleren in een geïntegreerde markt. Oprichting binnen 48 uur, volledig digitaal, voor minder dan 100 euro en zonder minimumkapitaal. Het klinkt aantrekkelijk, maar roept fundamentele vragen op.
Een Europees regime zonder deze dimensies, holt nationale regels uit. Denk aan toegang tot gereglementeerde beroepen, verplichte verzekeringen, antiwitwasmaatregelen of tuchtrecht. Bovendien blijven fiscaliteit en sociale zekerheid nationaal. Hoe vermijd je dan forumshopping, waarbij een vennootschap zich in een lidstaat met minder strenge regels vestigt terwijl haar activiteiten (deels) in België plaatsvinden? En hoe bescherm je schuldeisers, als iedereen zó gemakkelijk een vennootschap kan oprichten?
Een gevaarlijke spreidstand
Het is precies deze dubbele beweging die zorgwekkend is. Aan de ene kant nationale maatregelen die vennootschappen ontmoedigen of bijkomend belasten. Aan de andere kant een Europese liberalisering die het gebruik ervan net stimuleert, zonder voldoende aandacht voor de specifieke realiteit van vrije beroepen.
Het slechtste wat ons land kan overkomen is eerst maatregelen nemen tégen vennootschappen en dan op Europees niveau een omgekeerde liberalisering goedkeuren. De Federatie Vrije Beroepen geeft alvast een schot voor de boeg. Want een gewaarschuwd politicus … is er hoeveel waard?