Gerechtsdeurwaarders verdienen nuance in het debat over de ‘schuldindustrie’
Op dinsdag 4 november 2025 verdedigde Geoffrey Vanden Bossche, jurist van de Federatie Vrije Beroepen en UNIZO, dit standpunt tijdens een hoorzitting in de Commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. De zitting kadert in de bespreking van het dossier naar aanleiding van het onderzoek “Huissiers : leur univers impitoyable” dat in de krant Le Soir verscheen. Naast ons werden ook de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, de Orde van Vlaamse Balies, het Steunpunt Schuldbemiddeling, het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding de Franstalige balieorganisatie en onze Franstalige evenknie UCM gehoord en uitgenodigd.
Gerechtsdeurwaarders: vrije beroepers én ondernemers
Gerechtsdeurwaarders zijn vrije beroepers: ze leveren intellectuele prestaties, zijn gebonden aan een strikte deontologie en staan onder toezicht van een tuchtorgaan. Hun beroep vereist een doorgedreven opleiding en stage, vergelijkbaar met andere gereglementeerde vrije beroepen.
Tegelijk zijn gerechtsdeurwaarders ook ondernemers. Ze stellen in heel België honderden mensen tewerk en dragen bij aan de lokale economie. Hun maatschappelijke rol gaat verder dan enkel invordering: ze zorgen voor rechtszekerheid, bemiddeling en de correcte uitvoering van rechterlijke beslissingen.
Door hun nabijheid bij burgers én ondernemers kennen gerechtsdeurwaarders de realiteit achter onbetaalde facturen en financiële moeilijkheden. Sinds 2024 kunnen ze bovendien actief bemiddelen in problematische schuldsituaties, wat een belangrijke stap is richting preventie en evenwichtige oplossingen.
Een debat dat nood heeft aan realiteitszin
De hoorzitting in de Kamer kwam er naar aanleiding van mediaberichten over mogelijke misbruiken binnen de sector, zoals “no cure no pay”-praktijken. Zulke gevallen moeten uiteraard worden opgespoord en aangepakt, maar ze zijn niet representatief voor de volledige beroepsgroep.
De overgrote meerderheid van gerechtsdeurwaarders werkt strikt binnen het wettelijk kader en met respect voor hun deontologie. Het publieke debat mag dan ook niet verglijden naar een karikatuur. Gerechtsdeurwaarders vervullen een essentiële functie in onze rechtsstaat. Zonder hun tussenkomst zouden vele ondernemers — vooral kmo’s — nog meer hinder ondervinden van laattijdige betalingen en oninbare facturen.
Onbetaalde facturen wegen zwaar op kmo’s
Voor kmo’s is een onbetaalde factuur vaak het verschil tussen winst en verlies. Invorderingsprocedures zijn duur, tijdrovend en administratief complex. De huidige wetgeving, met onder meer de verplichting tot een gratis herinnering aan consumenten, legt bijkomende lasten op die vooral kleine ondernemingen zwaar treffen.
Onze structurele partner UNIZO berekende dat deze beperkingen kmo’s jaarlijks meer dan 107 miljoen euro kosten. Daarom pleit de organisatie voor drie gerichte aanpassingen aan Boek XIX van het Wetboek Economisch Recht:
- Eenvoudigere herinneringsregels, zonder overbodige vormvereisten;
- Een automatische schadevergoeding, ook wanneer die niet expliciet in de algemene voorwaarden staat;
- Een eerlijker vergoedingensysteem dat beter aansluit bij de werkelijke invorderingskosten.
Snellere en betaalbare invordering: ook in B2C nodig
Vandaag bestaat er voor ondernemingen (B2B) een efficiënte buitengerechtelijke invorderingsprocedure — de IOS-procedure. Die maakt het mogelijk om snel en betaalbaar een uitvoerbare titel te verkrijgen zonder lange rechtsgang.
Voor consumenten (B2C) bestaat een dergelijk systeem nog niet. Kmo’s moeten dus nog altijd via de rechtbank, ook bij niet-betwiste schulden. Dat zorgt voor vertraging, hoge kosten en onnodige juridische stappen.
We pleiten daarom voor de uitbreiding van de IOS-procedure naar B2C-dossiers, zoals voorzien in het regeerakkoord. Zo kunnen openstaande schulden sneller en transparanter worden geregeld, met oog voor evenwicht tussen schuldeiser en schuldenaar.
Naar een evenwichtige en rechtvaardige schuldinvordering
Een gezonde economie vraagt om een betrouwbaar en efficiënt invorderingssysteem dat rechtszekerheid garandeert voor iedereen. Gerechtsdeurwaarders spelen daarin een sleutelrol: ze verbinden recht en economie, mensen en instellingen.
Het debat over de zogenaamde schuldindustrie mag daarom niet ontaarden in zwart-witdenken. Wat nodig is, is een constructieve hervorming die de rechtsbescherming van de burger combineert met werkbare regels voor ondernemers en vrije beroepers.