“Een voorzitter zit met de neus in de organisatie, maar houdt er de vingers best af”

Habemus papam! 2025 werd het jaar van een nieuwe paus. Maar bij de Federatie Vrije Beroepen geen witte rook, geen wissel of tussenpaus, maar continuïteit. En daar zijn we niet minder blij om. Dit jaar zal de geschiedenisboeken van onze Federatie ingaan als het jaar dat Tom Bovyn, gynaecoloog in Gent, voor een tweede periode van drie jaar als voorzitter werd verkozen. Na een eerste verkiezing in 2022, waarbij hij advocate Marieke Wyckaert opvolgde, volgt hij nu zichzelf op. Afgetekend, want hij werd unaniem en zonder tegenkandidatuur verkozen. Van draagvlak gesproken.  
 
De zomer is traditioneel wat rustiger voor koepelorganisaties zoals de onze, dus het was het perfecte moment om met een cocktail in de hand en de voeten in het zand, figuurlijk dan toch, de herverkozen voorzitter even op de rooster te leggen. En dat doen we niet alleen. We vroegen ook aan de voorzitter van UNIZO, Peter Brysse, om ons gesprek te vervoegen. Het werd een gesprek over het voorzitterschap en hun organisaties. Maar ook over de vrije beroepers, uiteraard. 

Het is dienstbaarheid met een grote D dat vrije beroepers zo uniek maakt.

Peter Brysse

Tom, je bent net herverkozen als voorzitter van de Federatie Vrije Beroepen. Wat wil je in jouw tweede termijn anders aanpakken dan in de eerste?  
Tom: Dat is meteen best een stevige vraag om mee te starten (lacht). Ik wil graag dat onze Federatie nog meer maatschappelijke impact genereert. Niet alleen richting de beleidsmakers uiteraard, maar ik wil ook dat de boodschap van onze Federatie nog meer bij de gewone man of vrouw in de straat terecht komt. Het blijft nodig om aan de mensen uit te leggen wie vrije beroepers zijn, waarom die nodig zijn en vooral waarom we ze zo hard moeten koesteren.   

Vrije beroepers zijn zo divers. Is het niet meer aan de specifieke beroepsorganisaties zelf om de relevantie van hun beroep te benadrukken? Is dat een rol die onze Federatie, als gemeenschappelijke koepel, moet oppikken? 
Tom: Zij moeten dat ook doen natuurlijk. Maar precies daar ligt de toegevoegde waarde van onze federatie: wij overstijgen die beroepsspecifieke belangen en springen mee in de bres als het erop aankomt. We worden meer en meer gehoord en kunnen het geluid van onze sectoren versterken. Soms helpt die afstand zelfs: wij kunnen net daardoor bepaalde standpunten innemen die moeilijker liggen voor een beroepsorganisatie zelf. Ik denk dat onze sectoren dat van ons ook verwachten.  

Met de snelle opmars van artificiële intelligentie is er technologie die veel taken kan, en zal, overnemen. Aangezien wij vooral ‘intellectuele’ beroepen vertegenwoordigen, zoals onze vroegere naam FV”I”B (Federatie van Vrije Intellectuele Beroepen, nvdr.) ook doet herinneren, zullen we een metamorfose moeten ondergaan. Maar daarbij mag de specificiteit van elk vrij beroep en het menselijk aspect niet verloren gaan. We moeten daarom de man en vrouw in de straat, onze cliënten en patiënten, blijven informeren en uitleggen wat ons maatschappelijk belang is, en waarom dat voor hen ook belangrijk is. Bijvoorbeeld via een gerichte communicatiecampagne. 

Peter: Je vermeldt daar belangrijke zaken, Tom. De vrije beroepers moeten we als ondernemersgroep koesteren, want ze hebben een heel unieke rol in onze maatschappij. De vennootschap van mijn eigen onderneming werd ooit op een zondagvoormiddag bij een notaris opgericht. Op dat moment voelde mijn notaris perfect aan waarom dat toen, gezien de hele context en bijhorende complexiteit, ook nodig was. Het is dat soort dienstbaarheid “met een grote D” dat veel vrije beroepers zo waardevol maakt. Een overheidsapparaat ter vervanging kan dat heel moeilijk, of zeg maar: niet, waarmaken. En bovenal: een vrije beroeper kan een patiënt of cliënt ook wars van overheidsinmenging, of andere invloeden, adviseren. Dat we het belang daarvan aan het publiek moeten blijven vertellen, zoals Tom aangeeft, volg ik dus helemaal.  

Tom, heb je ooit getwijfeld om verder te doen? 
Tom: Neen, eerlijk gezegd niet. Er staat momenteel een sterk team en dat maakt het eens zo aangenaam om van zo’n organisatie voorzitter te zijn. Ik had wel twijfels bij mijn eerste kandidatuur destijds. In 2022 moest ik Marieke Wyckaert opvolgen, en dat zijn toch grote schoenen om te vullen. Ik kijk wel uit naar mijn tweede periode, omdat ik het gevoel heb dat ik nu alle spelregels ken, maar het spel nog niet helemaal heb gespeeld. Drie jaar blijkt toch kort en gaat sneller dan verwacht. Ik ben ook gestart in de coronaperiode en dat was toch anders.  

(...)

UNIZO wordt wel eens de grote zus van de Federatie genoemd. Hoe kijken jullie zelf naar die verhouding tussen beide organisaties? 

Peter: Wat mij betreft, zijn we organisaties in symbiose. UNIZO heeft al een lange bestaansgeschiedenis, en het is echt geen toeval dat de vrije beroepers een van de allereerste ondernemersgroepen was waarvoor binnen onze organisatie ook een doelgroepwerking kwam. De rol die vrije beroepen in onze naoorlogse maatschappij hebben vertolkt, wordt soms onderschat. Ze hebben mee het fundament gelegd van de welvaart waar we vandaag als maatschappij van kunnen genieten. Onze werking op de doelgroep mondde uit in een echte Federatie, en maar goed ook. Dat was een verstandige keuze. Ondertussen staan er twee organisaties met een rijke geschiedenis. We zijn verbonden aan elkaar, maar we kunnen ook een eigen profiel en smoel aanmeten. In die symbiose zijn we volgens mij op het sterkst. Aan sommige tafels moeten we met twee zitten, en aan andere dan weer als één. 

Jullie spreken over organisaties in symbiose. Mogen UNIZO en de Federatie er openlijk een andere mening op nahouden
Tom: Dat is in het verleden zeker al gebeurd. Dat kan dus zeker. We moeten van mening durven verschillen. Wat goed is voor de meeste ondernemers, is daarom niet steeds goed voor een vrije beroeper. Die waakzaamheid moeten we blijven hebben. 
Peter: Het moet inderdaad mogelijk zijn om andere standpunten te communiceren. We hebben met onze organisaties wel een probleem als we het tegengesteld belang niet tijdig hebben opgemerkt, en elkaar daarvan ook niet hebben ingelicht. Het zou niet goed zijn dat we, bijvoorbeeld online, tegengestelde standpunten lezen die vooraf niet werden besproken. Maar dat geldt van beide kanten voor alle duidelijkheid. 

Jullie zijn allebei ondernemers. Heeft het voorzitterschap jullie als ondernemer veranderd? 
Tom: Ik besef nog meer hoe belangrijk de rol van vrije beroepers, en hun autonomie, in de maatschappij is. En die maatschappij verandert razendsnel. We weten niet wat de toekomst van het vrije beroep wordt, wat overigens ook de toekomst van onze Federatie zelf bepaalt. Het voorzitterschap heeft me ook wel nederig gemaakt. Onze impact is beperkt in tijd. We kunnen hooguit enkele stenen in de rivier verleggen.  

(...)

De impact als voorzitter is beperkt in tijd. We kunnen hooguit enkele stenen in de rivier verleggen.

Tom Bovyn

Lees het volledig gesprek in onze nieuwste Vrije Beroeper