“Sinds het schandaal van Stefanie Sander voelt het alsof we allemaal bedriegers zijn.” Thuisverpleegkundige Stefanie Bussé (39) kreeg afgelopen zomer acht controles in drie weken. In de tien jaar daarvoor waren dat er drie. En ze is niet de enige die plots vaker wordt gecontroleerd. Volgens de controleurs komt dat door besparingen en een strengere aanpak na het schandaal. “In amper tien minuten beslissen ze dat mijn patiënten niet ziek genoeg zijn. Daardoor mag ik minder vaak langskomen én krijgen zij minder zorg.”
Het is kwart voor zes ’s ochtends als Stefanie Bussé uit Alken naar haar eerste patiënt rijdt. Haar werkdag eindigt pas rond 20.30 uur ’s avonds. Stefanie heeft zestien patiënten, van wie er vijftien dagelijks zorg krijgen. Tien zijn zwaar zorgbehoevend en hebben meerdere bezoeken per dag nodig.
Op een goede maand factureert ze ongeveer 13.000 euro aan de mutualiteit, ruim onder het plafond van 19.000 euro. Toch stond ze in juli plots acht keer oog in oog met een controleur. “Ook wij, de eerlijke, hardwerkende thuisverpleegkundigen, zijn de dupe van dit schandaal. De mutualiteit gelooft blijkbaar niet dat ik zoveel patiënten heb die zwaar zorgbehoevend zijn.”
Niet tegen controles
Stefanie zegt dat ze zich te pletter werkt. “Ik leef echt voor mijn patiënten.” Hoe sommige collega’s nog meer werken en boven het plafond van 19.000 euro uitkomen, begrijpt ze niet. Daarom benadrukt ze dat ze niet tegen controles is. “Fraude moet opgespoord worden. Ik begrijp dat de overheid wil controleren of de zorg correct wordt aangerekend. Maar sinds het schandaal rond Stefanie Sander worden we behandeld alsof we stuk voor stuk bedriegers zijn.”
En dat begint zijn tol te eisen. “Ik lijd er echt onder en mijn patiënten ook. Het gaat om oudere mensen die geen centen hebben om naar een woonzorgcentrum te gaan en onze zorg zo hard nodig hebben. En dan zorgt de mutualiteit ervoor dat wij nog minder bij hen mogen langskomen. Dat doet pijn.”
Niet ziek genoeg
Bij alle gecontroleerde patiënten van Stefanie werd de Katz-score verlaagd. Die geeft aan hoe zorgafhankelijk iemand is op basis van dagelijkse activiteiten: wassen, aankleden, toilet, incontinentie, eten, verplaatsen. Als die score wordt verlaagd, zijn de patiënten volgens de controleur niet ziek genoeg voor hun huidige zorg. En dat heeft impact op het uiteindelijke bedrag dat Stefanie kan factureren. “Bij sommige patiënten mag ik nog maar één keer per dag langskomen in plaats van twee keer. Bij een andere patiënt zou ik helemaal niet meer mogen komen.”
Stefanie legt zich daar niet zomaar bij neer. Ze diende voor alle zeven patiënten een verweerschrift in. Daarin moeten medische voorschriften, verslagen van huisartsen, zorgplannen en verpleegkundige observaties aantonen dat de zorg nodig is. Bij vier patiënten haalde ze haar slag thuis. Hun score werd opnieuw verhoogd en Stefanie mag weer even vaak langskomen als vóór de controle. Bij drie andere patiënten lukte dat niet. “Mijn verweerschrift werd afgewezen. Voor die patiënten krijg ik minder betaald en mag ik dus minder vaak langsgaan.” Ze vecht de beslissingen nu aan met de hulp van advocaten.
Bij een van de patiënten kwam de controleur zelfs twee keer langs. Het gaat om de vader van Stefanie, die al twintig jaar verlamd is. Twee jaar geleden besliste de mutualiteit dat Stefanie hem twee keer per dag mocht verzorgen. Ook bij de controle in juli bleef zijn score behouden. Een week later kwam dezelfde controleur langs en verlaagde die de score alsnog. “Hoe kan dat?”, vraagt Stefanie zich radeloos af. “Hij is al twintig jaar verlamd. Zijn toestand kan toch niet plots verbeterd zijn?” Toch werd het verweerschrift afgewezen.
Controle duurt amper tien minuten
Een controle van de mutualiteit duurt volgens Stefanie amper tien minuten. De controleur stelt enkele vragen en schat zo de zorgbehoefte in. “Ze gebruiken termen die tachtigers vaak niet begrijpen. Zo vragen ze bijvoorbeeld: ‘Bent u incontinent?’ of ‘Neemt uw verpleegster uw parameters af?’” De patiënten zeggen dan nee, terwijl dat wel degelijk zo is.”
En Stefanie mag zelf niet tussenkomen. “Bij een patiënt beval de controleur me om bij het binnenkomen meteen te zwijgen.” De patiënt heeft zware parkinson, kan zijn speeksel moeilijk slikken en nauwelijks nog praten. “Dan moet ik daar als verpleegkundige zitten en zwijgen terwijl er vragen worden gesteld waarop hij niet meer kan antwoorden.”
De advocaten van Stefanie betwisten ook de manier waarop de controles worden uitgevoerd. Volgens Stefanie voerde een ergotherapeut de controles uit, hoewel die daar volgens haar advocaten niet bevoegd voor zou zijn. “Ik kan begrijpen dat er een personeelstekort is, maar hier wordt beslist over de zorg die mensen krijgen.”
Zout op je patatten
De financiële gevolgen zijn niet Stefanies grootste zorg. Ze maakt zich vooral zorgen over haar patiënten. “Ze vragen: ‘Wat moet ik doen als jij minder kan langskomen? Ik weet niet hoe ik dat moet volhouden.’” Bij een patiënt namen de kinderen contact op met de mutualiteit. “De verpleegster komt nu twee keer per dag. Wie moet die zorg overnemen als dat nog maar twee keer per week mag? Verwachten jullie bij de mutualiteit dat wij, de kinderen, dat voortaan doen?”
Voor de patiënten dreigt er nog meer verloren te gaan dan enkel de uren thuisverpleging. Volgens Stefanie kunnen ze door een lagere score ook bepaalde premies verliezen. “Dan vragen ze mij: ‘Stefanie, hoe moet ik nu in godsnaam nog pampers kopen? Ik heb al zo’n klein pensioen en nu verlies ik ook nog mijn incontinentiepremie van 600 euro.’”
Stefanie kent sommige patiënten al zeventien jaar. “Ik zie sommige mensen vaker dan mijn eigen gezin.” Minder vaak langskomen omdat de mutualiteit het niet meer vergoedt, zou ze niet over haar hart krijgen. “Zelfs als ik nog maar voor één bezoek per dag betaald zou worden, zou ik twee keer blijven gaan. Maar dan doe ik eigenlijk gratis werk.”
En dat is niet voor iedereen haalbaar. Stefanie vond een Facebookgroep waarin veel thuisverpleegkundigen gelijkaardige ervaringen delen. Ook haar advocaten staan verschillende verpleegkundigen bij. Sommigen zien geen andere optie dan minder vaak te gaan of zelfs te stoppen bij een patiënt. “Als je niet meer betaald wordt voor de zorg die je geeft, verdien je het zout op je patatten niet meer. Wie gratis blijft werken, heeft bovendien geen tijd om nieuwe patiënten aan te nemen, waarvoor de uren wél aan de mutualiteit gefactureerd kunnen worden.”
Reactie van de sectororganisaties
De sectororganisaties Netwerk Zelfstandige Zorgverstrekkers (NZZ), Vlaams Beroepsverbond van Zelfstandige Verpleegkundigen (VBZV) en de Federatie Vrije Beroepen, aangesloten bij UNIZO, benadrukken dat fraude moet worden aangepakt, maar dat enkele dossiers niet het beeld van de hele sector mogen bepalen. “In België zijn 27.000 thuisverpleegkundigen actief. Momenteel worden 23 verpleegkundigen genoemd in dossiers rond mogelijke fraude. Elk geval van fraude is er één te veel en schaadt het vertrouwen in de sector. Maar duizenden zelfstandige thuisverpleegkundigen verzorgen elke dag correct en professioneel hun patiënten.”
Islinde Teurelincx