Een groot deel van onze zelfstandige vrije beroepers is actief in de zorg.
En velen van hen staan letterlijk op de eerste lijn: dicht bij de patiënt, laagdrempelig en toegankelijk. Denk aan de tandarts of huisarts waarbij je rechtstreeks een afspraak maakt, de apotheker waar je spontaan binnenstapt, of de diëtist en de kinesitherapeut waar je met een eenvoudige doorverwijzing terechtkan.
Die eerste lijn vormt een fijnmazig netwerk van professionals die dicht bij mensen staan. Zo hebben we het graag: menselijk, efficiënt en effectief. Toch heeft net die kleinschaligheid ook een keerzijde, althans, voor beleidsmakers.
Want hoe maak je beleid voor een veld dat zo divers, zelfstandig en wijdverspreid is?
Grote structuren laten zich gemakkelijker vatten in overlegtafels en strategische plannen.
De zelfstandige zorgverstrekkers uit de eerste lijn glippen daardoor te vaak door de mazen van het net.
Nochtans is het precies daar, op die eerste lijn, dat het verschil kan worden gemaakt als het gaat om een persoonlijke en preventieve aanpak. Dáár ontstaat gezondheid, daar begint het welzijn van onze samenleving.
Het is tijd dat het beleid deze realiteit ten volle erkent.
En de rol van onze zelfstandige zorgverstrekkers in het preventiebeleid de juist plek geeft.
Anton Smagghe