Geoffrey, jurist bij onze Federatie
Waarom dit onderzoek?

De voorbije jaren werden de Belgische economie en samenleving geconfronteerd met uitzonderlijk sterke inflatieschommelingen. Na de coronapandemie zorgde een heropleving van de vraag naar goederen en diensten voor prijsdruk, terwijl tegelijk het aanbod van energie en andere producten stagneerde. De inval van Rusland in Oekraïne versterkte die situatie.

Hoewel de inflatie in 2023 tijdelijk afnam, liep ze eind datzelfde jaar alweer op. België behoort in dit verband tot de landen waar de inflatie bijzonder zwaar doorwoog. Vooral stijgende prijzen in de dienstensector, de bouwsector en de industriële goederen droegen bij tot een aanhoudende inflatiedruk.

Met haar onderzoek wil de Belgische Mededingingsautoriteit (kort: BMA) beter begrijpen hoe prijsherzienings- en indexeringsmechanismen in de praktijk functioneren, en in welke mate bepaalde toepassingen een risico vormen voor de mededinging. Daarbij is het van belang dat de BMA aan de vrije beroepen bijzondere aandacht besteedt. Zij nemen immers in onze economie een unieke plaats in, met eigen kenmerken en dynamieken die niet zomaar vergelijkbaar zijn met andere sectoren.

Wettelijk kader

De basisregels rond prijsherziening en indexering worden bepaald door de wet van 30 maart 1976, meer bepaald artikel 57. Deze bepaling stelt dat prijsherzieningsclausules in overeenkomsten enkel toegelaten zijn wanneer zij gebaseerd zijn op reële kosten. Bovendien mogen de clausules alleen worden toegepast ten belope van een maximumbedrag van 80% van de eindprijs. 
De erelonen van vrije beroepers zijn op dit ogenblik vrijgesteld van de toepassing van deze regeling, waardoor zij de nodige ruimte behouden om hun honoraria autonoom vast te stellen.

Onze inzichten

Tijdens het overleg bracht onze Federatie enkele belangrijke aandachtspunten naar voor:

  • De prijszetting binnen de vrije beroepen volgt in essentie de logica van de markt. Wie structureel te hoge tarieven hanteert, wordt uit de markt geconcurreerd.
  • De bestaande uitzondering in de wetgeving voor vrije beroepen moet behouden blijven. Een te strikte inkadering van prijszetting zou de onafhankelijkheid van de beroepsbeoefenaar onder druk zetten, wat de kwaliteit en autonomie van de dienstverlening kan aantasten.
  • Er hoort een onderscheid tussen vrije beroepen mét personeel en die zonder personeel, aangezien de impact van inflatie en prijsaanpassingen voor beide groepen aanzienlijk verschilt.
  • Voor bepaalde vrije beroepen worden de erelonen wettelijk vastgelegd in tarieven, die bovendien niet altijd automatisch geïndexeerd worden.
 
Vooruitblik

Het overleg bood een gelegenheid om de specifieke situatie van vrije beroepen toe te lichten binnen een ruimer economisch debat. De BMA verzamelt momenteel inzichten van verschillende actoren en experts. We volgen het verdere verloop van het onderzoek nauwgezet op, met bijzondere aandacht voor de vrijstelling die vandaag in de wetgeving verankerd is.

De bestaande wettelijke uitzondering voor vrije beroepen willen we behouden. Een te strikte prijszetting zou de onafhankelijkheid van de beroepsbeoefenaar onder druk zetten.

Geoffrey Vanden Bossche, jurist bij onze Federatie