Je spreekt over het belang van het luisteren naar het werkveld. Je staat toch aan het hoofd van een bijzonder groot administratief apparaat. Is de relatie met het werkveld, met bijvoorbeeld ook onze zelfstandige zorgverstrekkers, dan een mogelijke blinde vlek?
Daar moeten we inderdaad waakzaam voor zijn, want dat kan. Hoe komen beleidsbeslissingen binnen bij de sector? Ik verwacht van de mensen binnen het departement dat ze daar, net zoals ik zelf ook probeer, voldoende voeling mee houden. Ik zei het bij de vorige vraag ook al; de ivoren toren is echt niet aan mij besteed. Bovendien kiezen we er binnen het departement bewust voor om via ons aanwervingsbeleid ook zorgberoepers met ervaring mee aan boord te hebben. Mensen die in het werkveld stonden, zoals apothekers, artsen of verpleegkundigen. Hun eerdere ervaring is cruciaal om het beleid mee te sturen. Ze maken er mij, terecht, vaak attent op hoe moeilijk en eenzaam het beroep van veel zorgaanbieders is.
Je benoemt de eenzaamheid, maar er hangt soms – onterecht – ook een negatieve connotatie vast aan ondernemerschap in de zorg.
Klopt, en onterecht, want je kan tussen ondernemerschap en kwaliteitsvolle zorg een goed evenwicht vinden. Er is met ondernemerschap in de zorg niets mis, zolang het een verhaal is waarbij de kwaliteit van de zorg centraal blijft staan. Het is een vorm van sociaal ondernemerschap, waarbij de patiënt het leidmotief moet zijn.
Heb je zelf ooit geproefd, of zo niet gedroomd, van ondernemerschap in de zorg?
Wel, ik heb er nog niet van geproefd, maar als jonge adolescent droomde ik er wel van om arts te worden. Dat is er door omstandigheden thuis nooit van gekomen. Toen ik mijn opdracht op het kabinet afrondde, was er wel even een moment waarbij ik overwoog om het werkveld van de zorgsector in te duiken maar de roeping als civil servant,waar ik daarnet al over sprak, weerklonk te luid.
Even terug naar onze zelfstandige zorgverstrekkers. In het gesprek zopas met ons Netwerk Zelfstandige Zorgverstrekkers (NZZ) liet je optekenen dat geïntegreerde zorg geen modewoord is, maar “the only way to go”.
Kan je daar nog wat dieper op ingaan?
Veel vragen naar zorg en ondersteuning zijn niet op te delen in sectorale hokjes. De hulp die mensen nodig hebben, loopt over zorgsectoren én over domeinen heen. Ik kan tal van voorbeelden geven. Denk maar aan de relatie tussen kanker en mentale impact, of hoe een 'ongezonde’ woning of armoede rechtstreeks in relatie staat met gezondheid. Op zoek gaan naar samenwerking en naar verbinding onderling is inderdaad volgens mij de weg die we verder moeten inslaan om tot een juiste en gepaste zorg te komen. Met als doel: betere levenskwaliteit.
Zie je daarin ook een van de grote uitdagingen voor de toekomst voor een eerstelijns zelfstandige zorgverstrekker?
Ik merk wel dat in het werk en de werkdruk van alle dag het "out of the box" denken snel ondergesneeuwd geraakt. Dat begrijp ik wel, maar dat is wel jammer.
Samenwerken buiten de klassieke denkkaders heen en teamwerk blijven grote uitdagingen die vaak minder eenvoudig te combineren zijn met een zelfstandig statuut. De betrokkenheid van zelfstandige zorgverleners is heel belangrijk voor een toegankelijke en kwalitatieve zorg.
Geïntegreerd doet me denken aan informatie delen. Soms gevoelige informatie. Zie je bij het uitrollen van geïntegreerde zorg geen risico’s rond het beroepsgeheim dat voor veel zorgberoepen net erg fundamenteel is?
Ik merk dat het beroepsgeheim vaak het argument waarachter men zich schuilt om niet aan geïntegreerde zorg te doen. Ik vind dit in veel gevallen toch een vals argument.
Het beroepsgeheim is uiteraard een belangrijk instrument dat zowel de patiënt als de zorgverstrekker beschermt, maar wat mij betreft zit wel de patiënt aan het stuur. Hij of zij bepaalt wie er binnen zijn of haar zorgteam informatie mag delen om tot een volwaardige zorgplanning te komen. De regie moet in handen zijn van de patiënt.
(...)