“Bij ondernemerschap in de zorg moet de kwaliteit van de zorg centraal blijven staan”

Vorige maand kwam Karine Moykens nog eens bij onze zelfstandige zorgverstrekkers, dat zich in het NZZ organiseert, op bezoek. 
Dat blijft voor onze organisatie een hoogdag, want Karine speelt zonder meer een cruciale rol in ons zorgsysteem. 
Na een tiental jaar als kabinetschef voor de minister van welzijn, is ze ondertussen al een minstens even lange periode secretaris-generaal van het zorgdepartement van de Vlaamse overheid, dat zowel in omvang als budget de kroon spant. Ze werd in die hoedanigheid trouwens ook al overheidsmanager van het jaar. 
Uiteraard wilden we deze kans dus niet onbenut laten om haar bij een extra koffie nog wat vragen voor te schotelen. 

Geïntegreerde zorg is geen modewoord, maar de enige weg vooruit.

Karine Moykens

Bedankt voor jouw extra tijd voor ons, Karine. We omschreven jouw professioneel parcours als inleiding van dit gesprek, maar kan je ons nog iets over jezelf delen wat misschien weinigen weten?  

Leuk om mee te starten (lacht)! Ik denk dat mijn cultureel parcours misschien minder bekend is?  Ik ben actief bestuurder bij het Festival van Vlaanderen en voorzitter van de vzw Eden, die samen jaarlijks een festival organiseren (Gent Festival van Vlaanderen en Stroom, nvdr.
Maar ook: ik heb lange tijd ook gegidst in het buitenland. Vooral de klassieke steden van Italië, maar bijvoorbeeld ook Wenen. Dan vertrok ik mee met de autocar vanuit België met een groep bezoekers. Misschien moet ik dat tijdens mijn pensioen ooit terug oppikken. 

Ik las in verschillende artikelen dat je naar Mozes verwijst als inspirerend leiderschapsfiguur. In een wereld die momenteel toch vooral door mannen wordt gedomineerd, vraag ik me af: zijn er vrouwelijke leiders van vandaag waar jij naar opkijkt? 

Ik wil me liever niet op een figuur of persoon vastpinnen. Met Moses is dat gemakkelijker, want die loopt hier vandaag natuurlijk niet meer rond. Maar ook bij hem ging het vooral over zijn manier van leiderschap, minder over zijn persoon. Ik ben dus meer iemand die, ook van andere vrouwelijke leiders, liever stukjes mee pluk. Ik denk dan steeds aan de combinatie van empathie, geduld, daadkracht en resultaatgericht zijn. En misschien zijn die eigenschappen soms ook meer typerend voor vrouwelijke leiders? Waarmee ik niet wil gezegd hebben dat mannen dat niet kunnen hebben, natuurlijk. 

Zijn er dan te weinig vrouwelijke leiders? 

Dat is een open deur intrappen. Maar ik wil zelf alvast geen excuustruus zijn. Vrouwen moeten geen leiderschapsrol vertolken louter omdat ze vrouw zijn. Ze moeten het eerst en vooral zelf willen, en verder ook over de capaciteiten beschikken. 

Je staat nu al tientallen jaren aan het hoofd van kabinetten of administraties. Welke raad zou je jezelf meegeven als je weer aan de start daarvan zou staan? 

Blijf jezelf en verloochen jezelf niet. Ik ben trots op mijn parcours, en zou daar eigenlijk niet meteen iets aan veranderen. Weet je, ik was altijd al een civil servant, en ben dat ook gebleven. Ik hou ervan om stenen te verleggen die het leven van de burger ten goede komen. En ik had vanaf dag één al door dat dit niet zal lukken als je vanuit een ivoren toren beleid voert. Contact zoeken met de betrokken sectoren en luisteren naar wat er op het veld leeft, is iets wat dicht bij mezelf ligt, en me ook helpt om beleid uit te stippelen én compromissen te zoeken. 

De regie van het beroepsgeheim moet in handen zijn van de patiënt.

Karine Moykens

Je spreekt over het belang van het luisteren naar het werkveld. Je staat toch aan het hoofd van een bijzonder groot administratief apparaat. Is de relatie met het werkveld, met bijvoorbeeld ook onze zelfstandige zorgverstrekkers, dan een mogelijke blinde vlek?  

Daar moeten we inderdaad waakzaam voor zijn, want dat kan. Hoe komen beleidsbeslissingen binnen bij de sector? Ik verwacht van de mensen binnen het departement dat ze daar, net zoals ik zelf ook probeer, voldoende voeling mee houden. Ik zei het bij de vorige vraag ook al; de ivoren toren is echt niet aan mij besteed. Bovendien kiezen we er binnen het departement bewust voor om via ons aanwervingsbeleid ook zorgberoepers met ervaring mee aan boord te hebben. Mensen die in het werkveld stonden, zoals apothekers, artsen of verpleegkundigen. Hun eerdere ervaring is cruciaal om het beleid mee te sturen. Ze maken er mij, terecht, vaak attent op hoe moeilijk en eenzaam het beroep van veel zorgaanbieders is.  

Je benoemt de eenzaamheid, maar er hangt soms – onterecht – ook een negatieve connotatie vast aan ondernemerschap in de zorg. 
Klopt, en onterecht, want je kan tussen ondernemerschap en kwaliteitsvolle zorg een goed evenwicht vinden. Er is met ondernemerschap in de zorg niets mis, zolang het een verhaal is waarbij de kwaliteit van de zorg centraal blijft staan. Het is een vorm van sociaal ondernemerschap, waarbij de patiënt het leidmotief moet zijn. 

Heb je zelf ooit geproefd, of zo niet gedroomd, van ondernemerschap in de zorg?  

Wel, ik heb er nog niet van geproefd, maar als jonge adolescent droomde ik er wel van om arts te worden. Dat is er door omstandigheden thuis nooit van gekomen. Toen ik mijn opdracht op het kabinet afrondde, was er wel even een moment waarbij ik overwoog om het werkveld van de zorgsector in te duiken maar de roeping als civil servant,waar ik daarnet al over sprak, weerklonk te luid.  

Even terug naar onze zelfstandige zorgverstrekkers. In het gesprek zopas met ons Netwerk Zelfstandige Zorgverstrekkers (NZZ) liet je optekenen dat geïntegreerde zorg geen modewoord is, maar “the only way to go”. 
Kan je daar nog wat dieper op ingaan? 

Veel vragen naar zorg en ondersteuning zijn niet op te delen in sectorale hokjes. De hulp die mensen nodig hebben, loopt over zorgsectoren én over domeinen heen. Ik kan tal van voorbeelden geven. Denk maar aan de relatie tussen kanker en mentale impact, of hoe een 'ongezonde’ woning of armoede rechtstreeks in relatie staat met gezondheid. Op zoek gaan naar samenwerking en naar verbinding onderling is inderdaad volgens mij de weg die we verder moeten inslaan om tot een juiste en gepaste zorg te komen. Met als doel: betere levenskwaliteit. 

Zie je daarin ook een van de grote uitdagingen voor de toekomst voor een eerstelijns zelfstandige zorgverstrekker?  

Ik merk wel dat in het werk en de werkdruk van alle dag het "out of the box" denken snel ondergesneeuwd geraakt. Dat begrijp ik wel, maar dat is wel jammer. 
Samenwerken buiten de klassieke denkkaders heen en teamwerk blijven grote uitdagingen die vaak minder eenvoudig te combineren zijn met een zelfstandig statuut. De betrokkenheid van zelfstandige zorgverleners is heel belangrijk voor een toegankelijke en kwalitatieve zorg. 

Geïntegreerd doet me denken aan informatie delen. Soms gevoelige informatie. Zie je bij het uitrollen van geïntegreerde zorg geen risico’s rond het beroepsgeheim dat voor veel zorgberoepen net erg fundamenteel is? 

Ik merk dat het beroepsgeheim vaak het argument waarachter men zich schuilt om niet aan geïntegreerde zorg te doen. Ik vind dit in veel gevallen toch een vals argument. 
Het beroepsgeheim is uiteraard een belangrijk instrument dat zowel de patiënt als de zorgverstrekker beschermt, maar wat mij betreft zit wel de patiënt aan het stuur. Hij of zij bepaalt wie er binnen zijn of haar zorgteam informatie mag delen om tot een volwaardige zorgplanning te komen. De regie moet in handen zijn van de patiënt. 

(...)

Lees het volledig interview verder in onze nieuwste Vrije Beroeper