Printversie

Publicaties

Polsslag 2015

Polsslag_voorpagina


In deze Polsslag 2015 zetten zich een aantal trends die we reeds vaststelden n.a.v. vroegere statistieken, duidelijk door voor de toekomst. Zij zullen het profiel en sociaal-economisch gewicht van de vrije en intellectuele beroepen steeds meer beïnvloeden. Het economische beleid dient hiermee rekening te houden.

Aantal zelfstandige beoefenaars van een vrij en intellectueel beroep.

Eind 2014 waren er in België 286.016 zelfstandige beoefenaars van een vrij beroep actief, op een totaal van 1.015.902. De vrije beroepen vertegenwoordigen meer dan één vierde, of 28,15% van het totaal aantal
zelfstandigen. Dat is een pak meer in vergelijking met tien jaar terug. In 2004 was het aandeel van het vrije beroep goed voor net één vijfde ofwel 20,69%. Met zijn stijging van 4,23% het afgelopen jaar is de sector van de vrije beroepen de sterkst aangroeiende sector. De sector van de intellectuele diensten is in 2014 het grootst, met 141.516 beroepsbeoefenaars of 49,48% van het totale aantal vrije beroepen. Paramedische beroepen zijn de tweede grootste (19,06%), gevolgd door de artsen (9,65%). Het afgelopen decennium manifesteerde een stijgende trend zich in de meeste beroepssectoren van het vrije beroep. Sterkste groeiers zijn de intellectuele diensten (+147,33%), gevolgd door de “paramedici” (+59,37%). De toename van het aantal beroepsbeoefenaars in deze sectoren bepalen grotendeels het gemiddelde van 60,78%. De dierenartsen mochten 13,07% meer beroepsbeoefenaars noteren, de advocatuur 21,57% en de architecten 21,71%. Artsen, tandartsen, apothekers, notarissen en de sector fiscaal/vastgoed kenden een achteruitgang (resp. -4,10%; -3,05%; -23,31%; -16,82% en -4,63%) In 2014 is meer dan de helft van de vrije beroepen gevestigd in Vlaanderen (57,16%). Drie op tien is gevestigd in Wallonië (29,98%). 12,17% vrije beroepers is in het Brussels hoofdstedelijk gewest gevestigd. In 2014 zijn de mannen nog steeds in de meerderheid tegenover hun vrouwelijke collega’s : 56,32% tegenover 43,68% (ofwel 161.081 mannen tegenover 124.935 vrouwen). Dat vrouwelijke beroepsbeoefenaars aan een heuse opmars bezig zijn, wordt glashelder wanneer we het afgelopen decennium in rekening brengen. De toename van het aantal vrouwelijke vrije beroepers tikt af op 68,94% tegenover 54,97% bij de mannen. In absolute cijfers vertaalt dit percentage zich in +50.983 vrouwen tegenover +57.141 mannen. Opgesplitst naar aard van de activiteit, wordt het vrije beroep duidelijk beoefend als hoofdactiviteit (64,76%), en voor 27,68% in bijberoep. 7,56% is beroepsactief na pensioenleeftijd.

Starters als zelfstandige in het vrije en intellectuele beroep

In 2014 zijn 96.844 personen gestart in een zelfstandige activiteit, waarvan meer dan één vierde in een vrij beroep (30,43% of 29.471 personen). Het grootste aantal starters bevindt zich in de sector van de handel, met name 30,80%. In 2014 startten meer dan de helft van de vrije beroepers in het Vlaams Gewest (16.535
personen of 56,11%). Bijna dubbel zoveel als in het Waals Gewest (28,30% of 8.339 personen). In het Brussels Gewest startten 4.260 personen in een vrij beroep ofwel 14,45%. Deze verhoudingen komen min of meer overeen met het gemiddeld aantal beoefenaars per gewest. De man/vrouw-verhouding is bij de starters ongeveer fifty/fifty. Maar voor het derde jaar op rij startten net iets meer vrouwen dan mannen in een vrije beroep (51,82% t.o.v. 48,18%). Meer dan de helft start voor hun 35ste levensjaar (53,15% of 15.663 personen). De meeste beoefenaars van een vrij beroep startten op de leeftijd van 25 tot 35 jaar (36,12%). Ook de periode 35 tot 45 jaar is een startmoment (24,33%). Er waren 4.178 startende 50-plussers in het vrije beroep. De startersquote – i.c. de verhouding tussen het aantal starters voor een bepaald jaar en het totaal van de actieve beroepsbeoefenaars voor datzelfde jaar – voor het jaar 2014 bedraagt voor de vrije beroepen 10,3 starters per 100 beroepsbeoefenaars. Hoe hoger de startersquote, hoe meer instroom.

Het aantal stopzettingen in een vrij en intellectueel beroep

Voor de tweede keer brengen we ook de cijfers van het aantal stopzettingen in het vrije beroep in kaart. Met 12.387 stopzettingen komt de sector van het vrije beroep op de derde plaats in het aantal stopzettingen (22,73%). Tegenover vorig jaar zijn er 24,04% meer stoppers. Het grootste aantal stopzettingen vinden we bij de intellectuele diensten (58,96%) en paramedici (17,50%). De man/vrouw-verdeling is bij het aantal stoppers nagenoeg fifty/fifty (52,05% t.o.v. 47,95%). Opmerkelijk is het grote aantal stopzettingen bij de 25 tot 45-jarigen. 30,04% stopt tussen de 25 en 35 jaar, 22,68% stopt tussen de 35 en 45 jaar. Op beroepsniveau zien we een grote uitval bij de jonge (25-35) beroepsbeoefenaars bij de advocaten (59,34%), architecten (51,70%), dierenartsen (40,74%), paramedici (38,24%) en gerechtsdeurwaarders (48,15%). . Een mogelijke verklaring is het groot aantal studenten die uit de opleiding uitstromen en die na hun stage beslissen om te stoppen.

Tewerkstelling in het vrije en intellectuele beroep

In 2014 stelden de vrije beroepen 269.759 werknemers tewerk. In de periode 2004-2014 steeg de tewerkstelling bij de vrije beroepen met 35,22% ofwel 70.270 werknemers. De toename van de tewerkstelling vertoont zich in alle sectoren. De grootste groei deed zich voor in de economische sector (+67,26%). Nemen we enkel het voorbije jaar onder de loep, dan noteren we een totale stijging van 1,89%. Als we de evolutie bekijken over de laatste 5 jaar dan zien we dat de bouwkundige sector de enige is die in het rood gaat met een negatieve groei van 4,92% (-1.838). De meerderheid van de werknemers in de sector van de vrije beroepen is in 2014 gesitueerd in Vlaanderen: 143.727 arbeidsplaatsen, ofwel 53,28% van alle arbeidsplaatsen. Op de tweede plaats komt het Brussels hoofdstedelijk gewest (67.139 werknemers of 24,89%), op de derde plaats gevolgd door Wallonië met 58.893 werknemers of 21,83%.
In 2014 telt het aantal vrije beroepsbeoefenaars die personeel tewerk stelt 39.681 (+328) personen. Van de klassieke vrije beroepen is de medische sector de grootste werkgever. Met 269.759 werknemers bij vrije
beroepers en 39.681 werkgevers komen we op een gemiddelde van 6,8 werknemers per werkgever in het vrije beroep.

pdf Polsslag 2015

Recent getweet
17 oktober
RT @stefsteyaert: Zelfstandige zorgverleners motiveren voor en betrekken bij je eerstelijn... https://t.co/IO07U1Qg47 via @YouTube @hilde_d&